
Wat doet een logopedist?
De rol van de logopedist bij problemen met het gehoor
Communiceren is een combinatie van spreken en luisteren. Hoe je hoort beïnvloedt de reactie. Als je iets niet helemaal verstaan hebt, vraag je om herhaling. Omdat logopedie gaat over communicatie, kijkt de logopedist ook naar het gehoor.
Op deze pagina’s staat informatie over problemen die met het gehoor te maken hebben. Per onderdeel wordt uitgelegd hoe de logopedist u kan helpen.
Lijst van essentiële behandelingen voor uw stem
De stem is een belangrijk middel om te communiceren.

Auditieve verwerkingsproblemen
Bij auditieve verwerkingsproblemen zijn er problemen met de auditieve functies. Auditieve functies worden vaak uitgelegd als “wat we doen met wat we horen”. Oftewel: het verwerken van geluiden, klanken en spraak.

Revalidatie na plaatsing CI
Veel mensen met een ernstige slechthorendheid of doofheid hebben een probleem in het slakkenhuis, het binnenoor. Hierdoor kunnen zij geluiden en spraak onvoldoende waarnemen. Gewone hoortoestellen maken het geluid harder. Dit verbetert echter niet altijd de geluidswaarneming en het verstaan van spraak.

Aangeboren slechthorendheid en doofheid
Slechthorendheid is een hoorstoornis waarbij het gehoor licht tot zeer ernstig gestoord kan zijn. Een aangeboren slechthorendheid heeft invloed op de ontwikkeling van de taal en de spraak.

Doofheid op latere leeftijd
Als doofheid ontstaat nadat de spraak- en taalontwikkeling (grotendeels) zijn voltooid, wordt dit doofheid op latere leeftijd genoemd. De patiënt heeft dus gewoon leren spreken en de verstaanbaarheid van de spraak is goed. Dit is een groot verschil met de aangeboren doofheid of de doofheid die op zeer jonge leeftijd optreedt.

Verworven slechthorendheid
Slechthorendheid is een hoorstoornis waarbij het gehoor licht tot ernstig gestoord kan zijn. Slechthorendheid kan aangeboren zijn, maar ook op latere leeftijd verworven worden. Aangeboren slechthorendheid heeft invloed op de ontwikkeling van de taal en de spraak. Bij verworven slechthorendheid die op latere leeftijd ontstaat, is dit minder het geval.



